Joomla Tema by Web Dev

Bevolking

Mongoolse KinderenNog geen 3 miljoen Mongolen bewonen een land dat bijna 38 keer zo groot is als Nederland. Geen wonder dat Mongolië het dunst bevolkte land ter wereld is. Er wonen overigens meer Mongolen buiten de republiek dan erbinnen: de Mongoolse volken in de Chinese autonome republieken Binnen-Mongolië en Xinjiang (3,3 miljoen Burjat-Mongolen en Tuvinen), in het zuiden van de Russische Federatie (422.000 in de autonome republiek Burjatia en de autonome districten Aga-Burjat en Ust-Orda), de Kaukasus (175.000 Kalmyk-Oirat in de republiek Kalmykia) en Afghanistan (1,7 miljoen Hazara’s, die geen Mongools spreken) zijn bij elkaar talrijker. Van de bevolking van Mongolië woont tegenwoordig ongeveer 60% in de steden en stadjes, een percentage dat snel stijgt; ca. 25% leidt nog een bestaan als nomade, de rest als semi-nomade (zij trekken alleen in de zomer met hun kudden rond). De gemiddelde verwachte levensduur is voor mannen 67, voor vrouwen 70 jaar. Vrouwen krijgen gemiddeld 2,3 kinderen. 
De voornaamste bevolkingsgroepen zijn:

Mongoolse volken
Khalkha-Mongolen vormen 82% van de bevolking (ca. 2.300.000). Zij wonen verspreid door het hele land, maar toch voornamelijk in Centraal-Mongolië. Hun taal is de standaardtaal van het land. De 53.000 Bayads in het westen en de 34.600 Dariganga’s in het zuidoosten spreken een enigszins afwijkend dialect.

Noord-Mongolen is een aanvechtbare verzamelnaam voor onder meer de 44.200 Burjat-Mongolen in het noorden (en hun 300.000 volksgenoten in Siberië). Velen van hen zijn ooit als vluchtelingen de Mongoolse grens overgestoken. De 2400 Barga-Mongolen zijn aan hen verwant, maar stammen uit Binnen-Mongolië (China), waar nog 70.000 volksgenoten wonen. De 200-300 rendierhouders bij het meer van Khövsgöl (Dukha’s of Tsaatanen) spreken eveneens Buriat-Mongools.
 
Zuid-Mongolen is een verzamelnaam voor kleine volken van niet meer dan een paar honderd nomaden in het grensgebied met China.
 
Altai-Mongolen is een andere naam voor het volk van de Uriankhai (24.000) in het bergland in het westen.

Oirat-Mongolen leven eveneens in het westen: 67.000 Derbets, 31.000 Zakhkhinen, 11.000 Eleuthen of Öölden en 8000 Miangads.

Turkische volken
Kazaken, een islamitische (sunnitische) minderheid van 140.000 man, voornamelijk herders, wier moederland het huidige Kazakstan is, leven in het verre westen. Velen van hen hebben recentelijk hun harde bestaan verruild voor een leven in de kleine industriesteden. Zij spreken nog hun eigen Turkische taal, in tegenstelling tot de 20.000 Darkhads in het noorden en de 7000 Khotons in het westen, die in taalkundig opzicht ‘vermongoolst’ zijn. De Tuvanen bewonen het grensgebied met Rusland; hun volksgenoten aan de Siberische kant van de grens waren tot 1944 enige tijd onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Kleine groepjes Uzbeken leven verspreid over het zuidwesten van het land.

Overige volken
Onder de andere minderheidsgroepen zijn 250 Chinezen, die voornamelijk in de handel of als seizoenkrachten in de (wegen)bouw werkzaam zijn. Het aantal Russen (1300) is na de val van de USSR en de Volksrepubliek sterk teruggevallen door (r)emigratie.

© Pausanias