Joomla Tema by Web Dev

De drie dochters

Category: Sprookjes
Er was eens een vrouw die de hele dag werkte en zwoegde om te zorgen dat haar drie dochters goed gevoed werden en behoorlijk gekleed konden gaan. De drie meisjes groeiden voorspoedig op en waren even slank en sierlijk als de zwaluwen, met gezichtjes stralend als de heldere maan. De een na de ander trouwde en trok uit het ouderlijk huis.

Zo verstreken er enige jaren. Plots werd, op een dag, de oude moeder zwaar ziek en ze zond een klein roodbruin eekhoorntje om haar dochters te gaan halen. "Zeg tot ze, lieve kleine vriend, dat ze snel hierheen komen, want erg lang zal ik niet meer hebben te leven," sprak de oude vrouw tot het eekhoorntje.
Het eekhoorntje sprong vliegensvlug van boom tot boom en kwam uiteindelijk bij de oudste dochter aan. "Ach," zuchtte de oudste dochter toen het eekhoorntje haar de droeve tijding bracht. "Ik zou graag met je mee willen gaan naar mijn oude moeder, maar ik moet eerst deze twee waskuipen hier schoon maken."
"Eerst die twee waskuipen schoonmaken en je arme moeder daarop laten wachten!" stoof het eekhoorntje op. "Dat ze voor altijd om je heen mogen blijven zitten."
En kijk: op hetzelfde ogenblik sprongen de twee kuipen van de tafel af en legden zich om de oudste dochter heen, een aan de voorkant en een aan de achterkant. Het meisje viel plat voorover op de grond en van dat ogenblik af kroop ze als een reusachtige schildpad door het leven.

Toen klopte het eekhoorntje bij de tweede dochter aan. "Wat is dat nu jammer," sprak die, "natuurlijk zou ik dadelijk naar mijn moeder toe gaan, als ik niet eerst nog dit linnen moest weven. Dit moet over een paar dagen op de jaarmarkt hier in de stad verkocht worden."
"Weef dan je hele leven lang, maar zonder ooit op te houden!" zei het eekhoorntje en de tweede dochter veranderde in een spin, die haar hele leven bezig is met het weven van haar web.

Daarop kwam de eekhoorn bij de derde en jongste dochter. Ze was op dat moment bezig met het kneden van deeg om brood te bakken. Ze zei geen woord, veegde niet eens haar handen af, maar rende meteen het huis uit op weg naar haar zieke moeder.
"Moge je altijd de mensen tot nut en vreugde zijn, lieve kind," sprak het eekhoorntje. "En de mensen zullen jou en je kinderen en de kinderen van je kinderen altijd liefhebben en vereren."

En zo geschiedde het ook. De derde dochter leefde nog vele jaren en alle mensen hielden heel veel van haar. En toen eindelijk de tijd aanbrak, dat ze moest sterven, veranderde ze in een gouden bijtje. En iedere dag vliegt dat bijtje vlijtig van de ene bloem naar de andere om voor de mensen honing te verzamelen. De hele zomer lang zit ze met haar beide voorpootjes in de kleverige massa van de honing, net zoals ze met haar armen in het brooddeeg had gestaan toen het eekhoorntje haar was komen roepen.

In de winter echter als alles in de natuur van de bittere koude sterft, slaapt het bijtje veilig in de warme bijenkorf. En als het wakker wordt, kan het louter honing en suiker eten.