Het cultureel erfgoed van Mongolië wordt volgens de Mongoolse media bedreigd met buitenlandse overname. Dat is vastgesteld nadat China geprobeerd heeft de nationale dracht van Mongolië, de deel, bij de UNESCO te laten registreren als onderdeel van haar culturele identiteit.
Mongolië liet in 2003 als eerste het traditionele muziekinstrument, de mörin khuur, de paardenhoofdviool, als cultureel erfgoed inschrijven bij de UNESCO.
Maar nu moet de Mongoolse biyelgee, een traditionele volksdans onder verschillende etnische groepen in het westen van het land, snel voor bescherming als cultureel erfgoed worden geregistreerd bij de UNESCO.
Naast de biyelgee staan de tuuli, een Mongools epos, en de traditionele muziek van de Tsuur op de wachtlijst voor registratie onder naam Mongolië.
Een andere traditie van epische literatuur, het epos Gesar, is al door China aangemeld voor de culturele erfgoedlijst dank zij de “krachtige inspanningen” van etnisch Chinese ambtenaren die werkzaam zijn bij de UNESCO.
Vorig jaar werd de Mongoolse kunst van het keelzingen, khöömi, door de UNESCO uitgeroepen tot cultureel erfgoed onder naam van de Volksrepubliek China. Khöömi wordt al sinds lang beschouwd als een belangrijk element in de Mongoolse cultuur en blijft een krachtig symbool van nationale of etnische identiteit.
“Het is jammer dat wij Mongolen onze culturele identiteit gaan verliezen aan China. Ik heb in het Chinese Binnen-Mongolië nooit de khöömi horen zingen”, aldus T.Munkhbayar, een keelzanger.
Maatschappelijke organisaties en politici hebben recentelijk de schuld gelegd bij N. Urtnasdan, secretaris-generaal van de Mongoolse Nationale Commissie voor de UNESCO, die verzuimd zou hebben de Mongoolse zangkunst aan te melden voordat China die onder haar eigen naam liet registreren.
In 2005 werd de urtiin duu, het traditionele “lange lied”, al uitgeroepen tot cultureel erfgoed, samen met de Volksrepubliek China.

